Wie kookt straks nog zoals tante? Indo’s in Twente willen cultuur levend houden

De Indische cultuur doorgeven voordat verhalen, recepten en tradities verdwijnen. Dat is het doel van Indo Ketiga, een nieuw initiatief waarin Indo’s in Twente de handen ineen slaan om de derde generatie weer dichter bij haar Indische wortels te brengen. „Waar kom ik eigenlijk vandaan?”
Lotte van Limbeek
20 augustus 2026, 16:00
Die vraag wordt urgenter nu de generatie die Nederlands-Indië zelf meemaakte steeds kleiner wordt. Na de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheid van Indonesië kwamen honderdduizenden mensen uit voormalig Nederlands-Indië naar Nederland. Ook in Twente bouwden gezinnen een nieuw bestaan op en namen zij hun verhalen en tradities mee.
Indo Ketiga – letterlijk ‘derde Indo’ – wil voorkomen dat die cultuur langzaam verdwijnt en jonge Indo’s actief laten kennismaken met hun achtergrond.
Het roer moet om
Voor Stef van den Worm (69), secretaris, werd die noodzaak heel concreet tijdens een Indische koempoelan in Almelo. Bij zo’n bijeenkomst komen mensen samen om te praten, te eten en muziek te maken. Maar in februari zag hij vooral dat er steeds minder bezoekers kwamen. „Toen dacht ik bij mezelf: dit moet veranderen.” En het bleef niet bij die gedachte.
Hij ging op zoek naar mensen die hem wilden helpen. Zo ontstond in korte tijd Indo Ketiga.
Jong en oud aan tafel
Wat vroeger bijna vanzelf werd doorgegeven binnen families, is volgens Stef nu niet meer vanzelfsprekend. De eerste generatie bracht de cultuur en verhalen mee naar Nederland, de tweede groeide ermee op, maar bij de derde generatie lijkt die verbinding te vervagen. „We missen het samenkomen”, vertelt hij.
Indo Ketiga wil daarom plekken creëren waar die cultuur niet alleen wordt herinnerd, maar ook beleefd. Er zijn plannen voor kook-, muziek- en dansworkshops en een podcast. Centraal staan de generatietafels. „Jong en oud gaan met elkaar in gesprek over familiegeschiedenis”, vertelt Dennis de Groot (47), lid van de werkgroep.
De stilte voorbij
Hoe dichtbij de geschiedenis nog altijd is, merkte Steffannie van den Worm (33), dochter van Stef en lid van de werkgroep, afgelopen zaterdag. Voor het eerst bezocht zij de Indiëherdenking, in Enschede. „Ik moet heel eerlijk zeggen, ik had me er eigenlijk nooit zo mee beziggehouden.” Eenmaal bij de herdenking veranderde er iets. „Als je daar dan zit, dan voel je toch wel een bepaald soort verbondenheid.”
Het maakte haar nog nieuwsgieriger naar haar eigen achtergrond. „Je merkt onder de Indo’s zelf dat ze lang niet allemaal weten waar ze vandaan komen.” En juist daar ligt volgens haar nog een wereld aan verhalen, ook over de minder mooie kanten van het verleden. „Die kwamen thuis nauwelijks ter sprake, terwijl dat natuurlijk wel een stukje geschiedenis is.”
De smaak van vroeger
Maar de cultuur zit niet alleen in verhalen of herdenkingen. Soms staat ze gewoon op tafel. Voor Steffannie maakt vooral de Indische keuken duidelijk hoe kwetsbaar tradities kunnen zijn. „Op verjaardagen zijn het vaak nog de tantes en oudere familieleden die het eten verzorgen. Als die te oud worden, dan hebben wij een probleem”, zegt ze met een knipoog. „Want wij beheersen de Indische keuken niet zoals zij.”
Haar conclusie: „Als we het in stand willen houden, dan moeten we daar toch wel wat actiever in worden.”Op 30 augustus zet Indo Ketiga daarin een eerste zichtbare stap. Tijdens de Pasar op de Koornmarkt in Almelo presenteert de organisatie zich en zoekt ze steun voor toekomstige activiteiten. Die zijn niet alleen bedoeld voor mensen met Indische roots. Ook wie simpelweg nieuwsgierig is naar de cultuur kan aanschuiven.
